Categorie archief: Uncategorized

Collectiefje: onze oom

Seb, Elske en Wout hebben al een tijdje stiekem een collectiefje. Het heet: collectiefje. We lezen nooit iets aan elkaar voor, en brengen liever nooit iets naar buiten, maar eens moet de eerste keer zijn. De opdracht was: schrijf iets in een half uur dat begint met de zin: “Toen onze oom eindelijk door had dat hij geen keus had, gaf hij ons een teken”.

Elske deed er dit mee
Seb maakte er dit van

En dit was die van mij

onze oom

toen onze oom eindelijk door had dat hij geen keus had
gaf hij ons een teken
het was geen heel speciaal teken
iets met vuisten ballen en in driftig in de lucht zwaaien

misschien was het eerder een gebaar

de hele zaak is achteraf gezien
een beetje geëscaleerd
als ik eerlijk ben
had ik er sowieso al nooit echt vertrouwen in

maar mark zei: ‘boerengolf. dat wordt fantastisch!’

de kneus

het was te heet en de koeien wilden niet weg bij hole 2

op het vuistenteken van oom begonnen we te rennen
oom voorop – op die beesten af – maar
op een bangig kalf na
bleven ze allemaal staan

‘nog een keer’ riep mark

we botsten onze hoofden
tot we vlekken begonnen te zien

Advertenties

Netwerken

Er was weer een debat waarbij ik Nico Dijkshoornde. In de Lux. Nu ging het over hoger opgeleiden. Dat ze zo moeilijk werk vinden. Dat dat zielig is, en zo. Na afloop moest ik de avond ‘poëtisch samenvatten’. Dat is me natuurlijk niet gelukt, maar dat doet er niet zo toe.

Het ding heet trouwens ‘netwerken’.

netwerken

op een nacht die aanvankelijk als een
ingebakken luiaard voorbij kroop
vond ik plotseling een duister figuur
aan het voeteneinde van mijn bed

ik had er eerst niet op gelet,
maar na verloop van tijd
begon de figuur te praten
‘ik ben loodgieter’, zei de figuur

‘wat moet je hier?’

‘ik moet niets. ik ben een liberale loodgieter.’

de figuur liep met een grote sleutel in zijn hand
hoopvol naar mijn wastafel

ik hoorde hem iets voor zich uit mompelen,
van: het is mijn eerste dag;
vroeger reed ik taxi’s rond;
ik werk graag in de nacht;
heb je mijn brief niet gezien?

ik lees geen brieven
ik praat liever met leuke meisjes

we leven in een wereld
je moet onderscheid maken

en ik heb nieuws voor je:
sinds een jaar ben ik mijn eigen loodgieter
mijn eigen chauffeur,
eigen kapper en pizzabakker,
ik ben mijn eigen boekhouder en in de weekenden verkoop ik zelfs
mijn eigen bh’s op de albert cuyp

ik ben mijn eigen werker, eigen slaper
ik ben mijn eigen ideale kandidaat in mijn eigen netwerk

ik hoopte dat de figuur mijn stille tirade had gehoord
maar toen ik opkeek was alles was donker
en de nacht kroop weer verder
als een ingebakken luiaard.

Wat ik nog moest zeggen

Allemaal dingskes die ik liever opspaarde zodat ze samen een post konden vormen:

– In het geniale tweemaandelijkse BOMBOMMER uit Utrecht staat een gedicht van mij. Het blad is hier te lezen.

– Op 13 februari en 22 februari ging ik Dijkshoornen in de Lux in Nijmegen: in dichtvorm verslag geven van een zojuist gevoerd debat. Op 13 februari ging het over ziekenhuizenspecialisaties, op de 22e over zelfredzaamheid. De resultaten zijn hier en hier te lezen, maar je had er eigenlijk bij moeten zijn.

– Op Valentijnsdag was ik te gast bij het toffe radioprogramma Campus on Air op RTV Nijmegen, en moest ik een anti-valentijnsgedicht maken. Het een en ander daarvan is hier terug te luisteren.

– Afgelopen dinsdag werd de derde aflevering van Kutgitaar gepresenteerd, waar ik dit keer in sta. (Nog) niet digitaal te zien, maar wel via deze weg te bestellen.

– 15 maart treed ik op in de Selexyz in Nijmegen samen met anderen van de Literaturjugend. Daarna haasten we ons allen naar de NDRGND waar de aankomende bestseller “Park” van Willem Claassen wordt gepresenteerd. Alhier een trailerparkje.

– Die nieuwe cd van de Boss is eigenlijk gewoon weer erg goed.

Hannah in het zand

Met dit gedicht won ik woensdag de tweejaarlijkse poëzieprijs van de stad Oostende. Ik zag dat het al ergens online stond, dus dan mag het hier ook wel.

Hannah in het zand

Droog had ze haar handen tegen elkaar aan gewreven
En gekeken alsof er voor haar ogen
Werkelijk een wereld instortte – of in ieder geval de boom
Waarin ik zat.

Het was mijn bedoeling niet haar te imponeren
Met mijn klimcapaciteiten. Ik had sowieso niet echt veel bedoelingen.
Maar Hannah was groot die dag,
Ik moest haar ergens overstijgen.

Op de heide luisterden we met de hele groep
Een beetje naar een ruisende radio en hoewel we
Geen van allen een leeftijd hadden waarop je op een verleden
Terug mag kijken was er ver weg een gedachte

Dat het wel mooi was zo en wanneer
Ik Hannah eerder zo in haar handen heb zien wrijven.
Een takje wierp ik haar toe.
Misschien dat zoiets haar tot uitleg maande.

Merci beaucoup, zei ze lacherig
En ze trapte mijn gift kapot.
Later hielp de meester mij
Het hars van de handen te wassen.

Winter & VOX

Jawel, ik sta in de Vox. Niet met een gedicht, ook niet met een brief, of een klacht, maar met een verhaal. Een kerstverhaal, dat je ook hier kan vinden: http://www2.ru.nl/emags/vox05_jg12/#/14/
Verder werd het gisteren winter, en in het kader van een voordracht op het Winterfeest in Nijmegen moest ik daar een gedicht over schrijven, dat ik ook alhier wilde plaatsen, maar: mijn pc ging kapot. Dus daarom komt het er vandaag op.

In december gaan de dingen rusten

In december gaan de dingen rusten
Ze hoeven niet meer: ze zijn eigen baas
Hebben geen god of iemand daaronder
Die hen vertelt altijd naar geheven vingers te luisteren

Het koffiezetapparaat loopt van vermoeidheid over
De telefoon knarst – het deurslot bevriest
De auto sputtert metterdag meer tegen en de televisie,
De televisie sneeuwt, hele voorraadkamers leeg

De computer probeert het nog wel een paar keer
Tegen de verwachting in geeft hij even mee,
Maar ook hij laat zich uiteindelijk gaan
Ik ken niets in de winter dat niet rusten wil

En de rekenmachines, de falende apparaten,
De stekkerdozen en de zwijgende radio,
We schuiven ze terug in smerige lades
We stoppen alles diep onder het stof

Moe lezen we dan maar kaarsen bij een goed boek,
Om te vergeten: straks bij de lenteschoonmaak
Komen we alles, alle dingen weer tegen
We blazen het stof weg en sluiten ze aan

Uitvretersgedicht

Dit gedicht schreef ik voor “De Uitvreters”, het project van de Wintertuin waarbij verschillende schrijvers werden gevraagd een tekst te schrijven die eindigt met de laatste regel van Nescio’s “De Uitvreter”. Ik stond er mee op het Uitfestival, en afgelopen zaterdag op een uitermate geslaagde editie van het Wintertuinfestival.

Iemand zal er misschien een ander Nescio-verhaal in kunnen herkennen, “Zomer 1949” uit de verhalenbundel “Boven het dal”, overigens ook zeer lezenswaardig.

Zomer 0

En dan rij je de jaren 0 weer in en ziet alles terug.
De mistige reclameborden die elkaar overvloedig
Timmermansbedrijfjes aanprijzen, het zoemen
Van een drilboor buiten het zicht.

Het met verf bespoten raam maakt alles mistig.
Het is zo wazig dat ik zelfs de dominerende torens
Down-town niet meer zie – maar later zie ik
Dat de torens niet meer bestaan.

Doch voor ik dat gezien heb, begint er een meisje
Te huilen. Ze snikt tegen het raam van de metro
Woorden die je niet kan onderscheiden van
Een eeuwig geroezemoes, Hallelujah.

Tien over elf: een roestige trein over
De Boerummer heuvel. Een slechtvalk
Omzeilt de stalen eilanden. De jaren 0 – de tijd is teruggerold.
Het meisje plakt een telefoon tegen haar besnikt gezicht.

En voor we het goed en wel in de gaten hebben,
Gilt ze haar leven voor ons uit – ik gris een boek
Uit Karen’s tas – begin in het wilde weg te lezen
Zijn reis naar Friesland is altijd onopgehelderd gebleven.

Puntland, of hoe we taarten bakken

Voor het debatprogramma op de dinsdagavond van LUX in nijmegen, Lux Live, moest ik gisteravond gaan Nico Dijkshoornen. Oftewel: tijdens het debat een gedicht over dat debat schrijven. “Somalië” was het discussie-onderwerp. Dit is het resultaat. Het is nogal een beetje uit de context gerukt lang ding geworden, daarom heb ik er een plaatje van Penelope Cruz bijgedaan. Ter compensatie, en zo.

Puntland, of hoe we taarten bakken

Niet lang geleden besloot ik een taart te bakken
In grootmoeders taartenboek vond ik een
Hartige vistaart met een onuitsprekelijke naam,
Uit een of andere vreemde taal.
Reden genoeg om hem te bakken.

Onder het recept,
Een plaat, van een vrouw,
Met een schort,
Die perfecte punten snijdt,
Het lijkt, een schilderij, een platenhoes.

In de supermarkt, even later,
Dacht ik die vrouw te zien,
Ze leek verdacht veel op Penelope Cruz.
Ik keek snel weg want ze stond
Vervaarlijk uit een flesje water te drinken
En: zoals hele bevolkingsgroepen met mij
Heb ook ik er een hekel aan water drinkende mensen te bezien.

Het bakken ging prima,
De juiste ingrediënten had ik niet gevonden
Maar dat kwam vast door de vreemde taal.
Gelijkende producten volstaan ook:
Een typisch Nederlandse oplossing.

Desondanks zag alles er heel stabiel uit.

Maar na uren in de oven
(wee mijn grootmoeders taartenboek)
Viel het prachtbaksel uiteen,
In een miljard triljoen
Snippers en punten.
Er was geen taartpunt gelijk.

Hoe het smaakte,
Doet er niet toe,
Net zo min,
Met welke munten we betalen,
Hoe we onze dieven noemen,
Welke ringtones we hebben,
Wie we tot onze aflaten kronen.

Er zijn sindsdien een paar dagen geweest dat ik me overtuigde ‘n nieuw taartenboek te kopen
Maar dit maal in een andere taal.

Afbeelding 1: plaatje van Penelope Cruz, met onder meer: Penelope Cruz als piraat (links), Penelope Cruz niet als piraat (rechts)