Categorie archief: Muziekozie

Toen ik in een boyband zat


Afgelopen zondag stond ik met Willem-Sjoerd, Seb, Elske en Johan in De Slegte in Utrecht teksten voor te dragen onder de noemer “Culturele Zondagen”. Koopzondagpubliek vermaken dus. En dat onder het thema “Jong, jonger, jongst”. Toen ik jonger en jongst was zat ik in een boyband. Dat was toen heel normaal. Zondag droeg ik er over voor:

boyband

ik ging naar de luchthaven om er wat rond te lummelen
samen met de andere jongens van de boyband
ons leven was 5 keer hetzelfde

dansen, playbacken, slapen, je haren doen
en wat lummelen op luchthavens

we keken vliegtuigen achter manshoge ramen
tot het vliegen ons verveelde
we lazen kranten in namaakcafés
oefenden onze handtekeningen op bierviltjes

en er was er altijd wel 1 van ons
die begon over dat het zo niet werkte
dat we op deze manier nooit de meisjes kregen
die we graag zouden willen

maar meisjes die ons willen
die liefde met prestige verwarren

want in ons luid playbackende harten
wilden we geen meisjes die met ons mee
naar verre landen vliegen

we willen meisjes
die met ons wat op luchthavens lummelen

Advertenties

Muziekozie # 12 (slot)

Eigenlijk wilde ik heel graag op 13 oktober stoppen met deze serie, maar Acarajé Camarão had zijn voorwoord nog niet klaar. Nu is het er en kan het eindelijk online. Samen met Arlindo Cruz en zijn vrolijke pagode-vrinden, die u iets over de liefde mededelen (altijd belangrijk!).

Enfin. Goedenacht!


Acarajé Musicosão

In de oven garen garnalen
In een prutje van wat broodkruimels
We zien elkaar aan en breedlachend

Acarajé Camarão – 14 oktober

Laten we eerlijk zijn
Het fijnste voedsel ziet er niet uit
En wordt op straat gemaakt door doven: onder
Gesis horen we de prut stoven, stookoven

En als je eet: eet dan alleen
Bedenk lichtzinnig gejuich of voor mijn part
Iemand aan de andere kant van de tafel
Die in een stoffige atlas zit te staren

(maar laten we ons daar geen voorstelling van maken)

(laten we gaan trommelen)

Bedenk je muziek onder je eten
En ook als je klaar met alles bent – bedenk
Je, er is muziek tussen de maaltijden door
En ook in je slaap, en in je koortsachtig wakker zijn

Maar in de tekst dan – vraagt de vrouw
Met de witte sjaal die je de hete snack overhandigt
Zit er muziek in de tekst – en je fluit je
Antwoord haar toe maar daar kan ze dan weer niks van kopen

Muziekozie # 11

En toch, helemaal op waren ze nog niet – die muziekozies. Er lag er nog eentje ergens, een liedje in ieder geval, de tekst kwam later dus (zie muziekozie # 1, die door het aanmaken van deze post van de voorpagina is gevallen).

Verder is er vanavond een wervelend optreden op het UIT-festival van verschillende schrijvers van de Literaturjugend (zie dat kekke plaatje dan), om 8 uur in/op/rond het Valkhofmuseum.


Pulsus

Op zolder vond ik eens
Een hele grote doos
Met gipsplaat en ook wat

Wereldbollen, globes,
Bij mijn benedenkomst
Zei vader me – och ja

Die wereldbollen – dat is niks,
Ik draaide ze mijn polsen om

Daar rolden Zaïre – China
Over in de gewrichten door

Welke slag namen ze toen er nog
Geen globe ter wereld bestond

Vader schudschouderde, greep de
Globes bijeen en bracht ze weg

Muziekozie # 10

De tiende muziekozie is er een met Phil Electric die elektronisch doet met Patrick Watson en een stelletje strijkers. En het is er een met cornflakes.

toen ik nog dat huis op de helling had

die ochtend vond ik in mijn cornflakes
een tak die ik om iedereen voor te zijn
meteen in mijn kleine voortuintje heb geplant

eenmaal geruisloos volgroeid
stak de boom zijn stam de lucht in
en zei jij bent schuldig mijn zoon
jij bent schuldig en de hele wereld weet ervan en ga
nu maar rustig slapen en morgen gezond op en zo

sindsdien zwiept hij alle nachten door
met zijn takken die als brulklokken tegen mijn
ramen drenzen en zijn bittere welterustens

in zijn omhelzingen worden
mijn hersenen murw en week

op een sombere donderdagmorgen in juli heb ik er zelfs even over gedacht om dat nietig stuk onkruid om te hakken

Muziekozie #9

Toen de Dodos nog geen Dodos waren maakte Meric Long ook al liedjes. Eentje heette ‘noten’. Een erg toepasselijke naam voor een liedje, dunkt me.

gitaar in de gloria

in mijn stad weet ik een ongekend slecht café
waar op ongezette tijden een man gitaar speelt
als hij speelt staat het daar tot aan de tap toe vol
een parade van noten slaat hij uit dat ding zonder
op enige manier aan morgen te hoeven denken
zinken zijn toeschouwers als waterdruppels
op een raam – als waterdruppels in het algemeen

hij speelt van lieve vrede laat mij eens een meisje
vinden en het toeschouwerspubliek deint mee ja
laat hem ook eens een meisje vinden – waarom
hij niet en laat hem gelijk ook vriendschap krijgen
en een heleboel duiten en een beetje van dat wat
intellectuele mensen weldenkendheid noemen – en zo

maar op andere tijden is zijn gitaar vals
of kwijt of verkocht aan iemand die er iets mee wist
en zit hij aan een tafeltje voor het oranje venster
met zijn vingers in de groeven van het hout te spelen
en het toeschouwende publiek stroomt langs het café en
viert en slaat armen om elkaar van hosanna en tralala

Muziekozie #8

Ik weet ook wel dat deze serie een beetje te lang doorgaat. Tenminste, dat denk ik. Star Wars telt maar 6 delen, Matrix 3, de Serie A zelfs maar eentje. Misschien is het dan ook veel meer een verslaving dan een serie, deze muziekozies. En dat vormt dan weer een beetje wankel bruggetje naar het liedje van vandaag. Senegal Fast Food van Amadou & Mariam die het samen doen met de knakkers van Manu Chao.


Berlandi

Say say
Folcus! Berlandi!
Say say

Het fijnste gedeelte van dit beest
Dat door een mul zandbergje woedt
Is zijn ritme, zijn slagen met het armpje
Op de voorbijrollende ste-
Nen, neem zijn hoofd als voorbeeld,

Er zijn schokkerige tennisballen te bedenken
Die zich weg laten stuiten als je ze pakken wilt
Maar geen een van hen komt ritmisch
In de buurt van het hoofdje.

Er zijn werkelijk maar weinig
Ledematen die je niet van
Binnen of buiten zien kan
Maar ritme van het beest
Is er een van, echt waar.

Muziekozie #7

Omdat het zo weer eens gaat regenen, en ik alleen mijn zomerjas aan heb gedaan. Wie ook?

het laatste geluid

de verregende markiezen
en het stoffige pianootje zeiden zacht
er is alles wat je wenst buiten
maar de eerste stappen uit het café
verraadden: er is gewoon weer storm op komst

in mijn handen had ik al die hele dag
een klein briefje gehad
ik wist – het gaat mijn wandeling
niet overleven en toch hield ik het
er stond geen boodschap van waarde op

al lopend voelde ik de woorden in mijn
hand beetje bij beetje
verdwijnen in het water

pas na het derde huizenblok kwam het
weer in zicht – ik was er nooit geweest
ik had de naam nooit opgeschreven