Uitvretersgedicht

Dit gedicht schreef ik voor “De Uitvreters”, het project van de Wintertuin waarbij verschillende schrijvers werden gevraagd een tekst te schrijven die eindigt met de laatste regel van Nescio’s “De Uitvreter”. Ik stond er mee op het Uitfestival, en afgelopen zaterdag op een uitermate geslaagde editie van het Wintertuinfestival.

Iemand zal er misschien een ander Nescio-verhaal in kunnen herkennen, “Zomer 1949” uit de verhalenbundel “Boven het dal”, overigens ook zeer lezenswaardig.

Zomer 0

En dan rij je de jaren 0 weer in en ziet alles terug.
De mistige reclameborden die elkaar overvloedig
Timmermansbedrijfjes aanprijzen, het zoemen
Van een drilboor buiten het zicht.

Het met verf bespoten raam maakt alles mistig.
Het is zo wazig dat ik zelfs de dominerende torens
Down-town niet meer zie – maar later zie ik
Dat de torens niet meer bestaan.

Doch voor ik dat gezien heb, begint er een meisje
Te huilen. Ze snikt tegen het raam van de metro
Woorden die je niet kan onderscheiden van
Een eeuwig geroezemoes, Hallelujah.

Tien over elf: een roestige trein over
De Boerummer heuvel. Een slechtvalk
Omzeilt de stalen eilanden. De jaren 0 – de tijd is teruggerold.
Het meisje plakt een telefoon tegen haar besnikt gezicht.

En voor we het goed en wel in de gaten hebben,
Gilt ze haar leven voor ons uit – ik gris een boek
Uit Karen’s tas – begin in het wilde weg te lezen
Zijn reis naar Friesland is altijd onopgehelderd gebleven.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s