Muziekozie #9

Toen de Dodos nog geen Dodos waren maakte Meric Long ook al liedjes. Eentje heette ‘noten’. Een erg toepasselijke naam voor een liedje, dunkt me.

gitaar in de gloria

in mijn stad weet ik een ongekend slecht café
waar op ongezette tijden een man gitaar speelt
als hij speelt staat het daar tot aan de tap toe vol
een parade van noten slaat hij uit dat ding zonder
op enige manier aan morgen te hoeven denken
zinken zijn toeschouwers als waterdruppels
op een raam – als waterdruppels in het algemeen

hij speelt van lieve vrede laat mij eens een meisje
vinden en het toeschouwerspubliek deint mee ja
laat hem ook eens een meisje vinden – waarom
hij niet en laat hem gelijk ook vriendschap krijgen
en een heleboel duiten en een beetje van dat wat
intellectuele mensen weldenkendheid noemen – en zo

maar op andere tijden is zijn gitaar vals
of kwijt of verkocht aan iemand die er iets mee wist
en zit hij aan een tafeltje voor het oranje venster
met zijn vingers in de groeven van het hout te spelen
en het toeschouwende publiek stroomt langs het café en
viert en slaat armen om elkaar van hosanna en tralala

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s