Hannah in het zand

Met dit gedicht won ik woensdag de tweejaarlijkse poëzieprijs van de stad Oostende. Ik zag dat het al ergens online stond, dus dan mag het hier ook wel.

Hannah in het zand

Droog had ze haar handen tegen elkaar aan gewreven
En gekeken alsof er voor haar ogen
Werkelijk een wereld instortte – of in ieder geval de boom
Waarin ik zat.

Het was mijn bedoeling niet haar te imponeren
Met mijn klimcapaciteiten. Ik had sowieso niet echt veel bedoelingen.
Maar Hannah was groot die dag,
Ik moest haar ergens overstijgen.

Op de heide luisterden we met de hele groep
Een beetje naar een ruisende radio en hoewel we
Geen van allen een leeftijd hadden waarop je op een verleden
Terug mag kijken was er ver weg een gedachte

Dat het wel mooi was zo en wanneer
Ik Hannah eerder zo in haar handen heb zien wrijven.
Een takje wierp ik haar toe.
Misschien dat zoiets haar tot uitleg maande.

Merci beaucoup, zei ze lacherig
En ze trapte mijn gift kapot.
Later hielp de meester mij
Het hars van de handen te wassen.

Rechtse Poëzie 3: zee, strand, schelpen

Rechtse poëzie is poëzie die inspeelt op de behoefte van de consument. En dan met name de digitale behoefte. Het is namelijk flink balen als je na een fijne zoekopdracht niet op de site komt waar je moet wezen. Daarom: poëzie geschreven naar aanleiding van de Google-zoektermen die naar deze blog hebben geleid.

Met deze keer de zoekopdracht:

Vraag me ook niet waarom iemand daarnaar zoekt.

Zee
Kom, zei de neushoornvogel
Met een geluid alsof hij aan een
Langdurige verkoudheid leed,
Maar het was de kater maar,
Zei hij en we gleden het water in.

Strand
Gewikkeld in harde handdoeken
Lazen we vervolgens elk een boek.
Hij las iets van Toon Tellegen,
Omdat die eekhoorns daarin zo mooi menselijk
Worden beschreven,
Vond de neushoornvogel.

Schelpen
De neushoornvogel en ik
Zijn eigenlijk twee kleine schelpen.
De neushoornvogel snapte die
Metafoor niet, net zoals regel-
Afbrekingen. Je kunt het ook niet helpen,
Dat je de hoge poëzie niet begrijpt,
Zei ik hardop sussend. Je bent immers
Een neushoornvogel.

De neushoornvogel knikte instemmend.

Rechtse Poëzie #2: Keiharde porno!!

Rechtse poëzie is poëzie die inspeelt op de behoefte van de consument. Wanneer iemand deze site bereikt met een zoekterm die weinig met poëzie te maken heeft, wordt daar wat aan gedaan. Omdat u dat als hardwerkend Googlemens verdient.

Met deze keer: interculturaliteiten! Of beter gezegd: ‘vrijende Chinese meisjes’. Deze informatieve term leidde namelijk vele malen tot dit weblog, met waarschijnlijk de nodige frustraties als gevolg, want vrijende chinese meisjes waren hier tot op heden niet te vinden. Tot op heden.

vrijende chinese meisjes

we speelden Mavis Beacon Teaches Typing
want dat was het enige spel
dat er was, en we deden het staand,
want computeren was toen nog zoiets als telefoneren

we hadden ook twee chinese meisjes
die sliepen op een eigen kamer met een tweepersoonsbed
ik fantaseerde wel eens dat zij daar dan
met de dijen tegen elkaar aan

dat waren de momenten dat ik mis tiktr
je bent af, zei zus, nu ben ik,
grommend stapte ik van het computertafeltje weg
en vroeg de chinese meisjes ons thee te brengen

Winter & VOX

Jawel, ik sta in de Vox. Niet met een gedicht, ook niet met een brief, of een klacht, maar met een verhaal. Een kerstverhaal, dat je ook hier kan vinden: http://www2.ru.nl/emags/vox05_jg12/#/14/
Verder werd het gisteren winter, en in het kader van een voordracht op het Winterfeest in Nijmegen moest ik daar een gedicht over schrijven, dat ik ook alhier wilde plaatsen, maar: mijn pc ging kapot. Dus daarom komt het er vandaag op.

In december gaan de dingen rusten

In december gaan de dingen rusten
Ze hoeven niet meer: ze zijn eigen baas
Hebben geen god of iemand daaronder
Die hen vertelt altijd naar geheven vingers te luisteren

Het koffiezetapparaat loopt van vermoeidheid over
De telefoon knarst – het deurslot bevriest
De auto sputtert metterdag meer tegen en de televisie,
De televisie sneeuwt, hele voorraadkamers leeg

De computer probeert het nog wel een paar keer
Tegen de verwachting in geeft hij even mee,
Maar ook hij laat zich uiteindelijk gaan
Ik ken niets in de winter dat niet rusten wil

En de rekenmachines, de falende apparaten,
De stekkerdozen en de zwijgende radio,
We schuiven ze terug in smerige lades
We stoppen alles diep onder het stof

Moe lezen we dan maar kaarsen bij een goed boek,
Om te vergeten: straks bij de lenteschoonmaak
Komen we alles, alle dingen weer tegen
We blazen het stof weg en sluiten ze aan

Rechtse poëzie

Stef Blok verwoordt het maar mooi: kunsten moeten zich meer naar het aloude economische principe van vraag en aanbod gaan gedragen. Oftewel: de kunst moet maken wat het publiek wil zien, niet andersom. En gelijk heeft ‘ie. Weg met de hippie-ideeën van die linxe Bolkestein.

En waarom niet beginnen met de poëzie? Vraag en aanbod-poëzie. Maar hoe bepaal je het aanbod? Simpel: Google-zoektermen. Als ik naar alle Google-zoektermen kijk op deze site doet het me pijn te zien dat het merendeel van de Googlelaars op deze site waarschijnlijk niet heeft gevonden wat hij of zij zocht. En dat is toch jammer? Daar komt gelukkig vanaf nu verandering in. Zoekt iemand een sombere piraat? Dan krijgt ‘ie een sombere piraat.

Met deze keer: een eenzame ziel tikte ooit de zoekterm “playmobil armpjes los” in. Hij kwam op deze blog, en vond na lang en koortsachtig zoeken niets dat wees op losse armen van een playmobilpoppetje. Maar vanaf heden zal hij voor zijn behoefte hier wel degelijk terecht kunnen. Eindelijk.

Playmobil armpjes los

Vanochtend trok ik de armen uit een playmobil-poppetje.
Het keek me aan en ik keek naar het raam waarachter kolkende
spreeuwen zich naar beneden suisden. Ik woonde in een flat.
Het appartement was klein en een beetje muffig en er
Lag nog wat speelgoed van een oude bewoner. In een doos.
Ik vond het in de kast die ik over had gekocht. En vandaag
wilde ik graag de armen heffen. Playmobil. Dat was het.
Het poppetjeshoofd heeft me ellendig lang aan staan kijken.

Ik ben daarna naar de kerk gegaan. Er stond een zwerver
bij de ingang die met een handslag de deur voor me
Opende. Hij keek verdacht langdurig vrolijk. Het is fout
Ze te wantrouwen, heb ik altijd gedacht. Maar met de jaren
leer je: dat schuurt de waarheid. Ik sloot de ogen, hoorde het gekreun
van beukenhout. Flitsen van afgevallen armen, zonder enig
gekrijs of wat dies meer zij. Een mens te zijn, zei ze,
tussen verdriet en verlangen. Buiten kolkten de spreeuwen.

Uitvretersgedicht

Dit gedicht schreef ik voor “De Uitvreters”, het project van de Wintertuin waarbij verschillende schrijvers werden gevraagd een tekst te schrijven die eindigt met de laatste regel van Nescio’s “De Uitvreter”. Ik stond er mee op het Uitfestival, en afgelopen zaterdag op een uitermate geslaagde editie van het Wintertuinfestival.

Iemand zal er misschien een ander Nescio-verhaal in kunnen herkennen, “Zomer 1949″ uit de verhalenbundel “Boven het dal”, overigens ook zeer lezenswaardig.

Zomer 0

En dan rij je de jaren 0 weer in en ziet alles terug.
De mistige reclameborden die elkaar overvloedig
Timmermansbedrijfjes aanprijzen, het zoemen
Van een drilboor buiten het zicht.

Het met verf bespoten raam maakt alles mistig.
Het is zo wazig dat ik zelfs de dominerende torens
Down-town niet meer zie – maar later zie ik
Dat de torens niet meer bestaan.

Doch voor ik dat gezien heb, begint er een meisje
Te huilen. Ze snikt tegen het raam van de metro
Woorden die je niet kan onderscheiden van
Een eeuwig geroezemoes, Hallelujah.

Tien over elf: een roestige trein over
De Boerummer heuvel. Een slechtvalk
Omzeilt de stalen eilanden. De jaren 0 – de tijd is teruggerold.
Het meisje plakt een telefoon tegen haar besnikt gezicht.

En voor we het goed en wel in de gaten hebben,
Gilt ze haar leven voor ons uit – ik gris een boek
Uit Karen’s tas – begin in het wilde weg te lezen
Zijn reis naar Friesland is altijd onopgehelderd gebleven.

Pessimistische zeerovers

Vandaag vond iemand deze site met de zoekopdracht “sombere piraat”. Reden genoeg dus om een nieuwe post te plaatsen. Die gaat overigens niet over piraten, maar over bèta-zaken, want dat mag verdorie ook wel eens een keer. Als u liever iets met een neerslachtige oceaanvandaal wilt zien, uiterst begrijpelijk, dan kunt u altijd even hier kijken.

Wanneer er opnieuw iemand deze blog heeft bezocht zal ik daar natuurlijk weer melding van maken. Ik hou u op de hoogte!


Forces acting on a foil

In de tijdschriften die we uitgedeeld kregen
Zagen we foto’s van meiden die aan elkaars haren zitten
En een artikel van A. de Propellerman
Over de werking van de schildklier

Leraartje M. blaaskaakte dat we dat artikel beslist lezen moesten,
Want het was belangrijk en de rest van het tijdschrift was prut
Zeker de foto’s van de meiden die aan elkaars haren zitten
We zouden er hormonen van krijgen – hormonen aan verspillen

A. de Propellerman zei:


null

en eindigde zijn medische rapportage met:

“wat stelt zo’n schildklier nou eigenlijk voor,
laten we nu meteen
met z’n allen naar de kroeg gaan op de hoek van de Korte Biltstraat
en veel te veel slecht getapte biertjes drinken”

Ik ben daar geweest
In die kroeg op de hoek van de Korte Biltstraat

Er was niemand.

Puntland, of hoe we taarten bakken

Voor het debatprogramma op de dinsdagavond van LUX in nijmegen, Lux Live, moest ik gisteravond gaan Nico Dijkshoornen. Oftewel: tijdens het debat een gedicht over dat debat schrijven. “Somalië” was het discussie-onderwerp. Dit is het resultaat. Het is nogal een beetje uit de context gerukt lang ding geworden, daarom heb ik er een plaatje van Penelope Cruz bijgedaan. Ter compensatie, en zo.

Puntland, of hoe we taarten bakken

Niet lang geleden besloot ik een taart te bakken
In grootmoeders taartenboek vond ik een
Hartige vistaart met een onuitsprekelijke naam,
Uit een of andere vreemde taal.
Reden genoeg om hem te bakken.

Onder het recept,
Een plaat, van een vrouw,
Met een schort,
Die perfecte punten snijdt,
Het lijkt, een schilderij, een platenhoes.

In de supermarkt, even later,
Dacht ik die vrouw te zien,
Ze leek verdacht veel op Penelope Cruz.
Ik keek snel weg want ze stond
Vervaarlijk uit een flesje water te drinken
En: zoals hele bevolkingsgroepen met mij
Heb ook ik er een hekel aan water drinkende mensen te bezien.

Het bakken ging prima,
De juiste ingrediënten had ik niet gevonden
Maar dat kwam vast door de vreemde taal.
Gelijkende producten volstaan ook:
Een typisch Nederlandse oplossing.

Desondanks zag alles er heel stabiel uit.

Maar na uren in de oven
(wee mijn grootmoeders taartenboek)
Viel het prachtbaksel uiteen,
In een miljard triljoen
Snippers en punten.
Er was geen taartpunt gelijk.

Hoe het smaakte,
Doet er niet toe,
Net zo min,
Met welke munten we betalen,
Hoe we onze dieven noemen,
Welke ringtones we hebben,
Wie we tot onze aflaten kronen.

Er zijn sindsdien een paar dagen geweest dat ik me overtuigde ‘n nieuw taartenboek te kopen
Maar dit maal in een andere taal.

Afbeelding 1: plaatje van Penelope Cruz, met onder meer: Penelope Cruz als piraat (links), Penelope Cruz niet als piraat (rechts)

Jongens & Overledenen

Nee, dat is niet de naam van een stompzinnig versje. Ik zou niet durven. Ik moest een bericht aanmaken om me er van te weerhouden met de muziekozies door te gaan. Nu er iets anders staat, is de serie definitiever afgelopen.

Inhoudelijk staat er in dit bericht niet meer dan dat er morgen een literaire avond is in de Troubadour te Tilburg: Aardige Jongens geheten. Ook ‘n serie, want dit is de zesde keer. Daar draag ik voor (morgen dan, bedoel ik). Als voorproefje is er door organisator Martijn Neggers een kek filmpje gemaakt:

Volgende week is er dan ‘n voordracht op het kerkhof van Den Bosch, in het kader van Zielen in Gedachten, zie: http://www.zieleningedachten.nl/

Dus dat. Hopelijk is de titel nu wat beter te verklaren.

Muziekozie # 12 (slot)

Eigenlijk wilde ik heel graag op 13 oktober stoppen met deze serie, maar Acarajé Camarão had zijn voorwoord nog niet klaar. Nu is het er en kan het eindelijk online. Samen met Arlindo Cruz en zijn vrolijke pagode-vrinden, die u iets over de liefde mededelen (altijd belangrijk!).

Enfin. Goedenacht!


Acarajé Musicosão

In de oven garen garnalen
In een prutje van wat broodkruimels
We zien elkaar aan en breedlachend

Acarajé Camarão – 14 oktober

Laten we eerlijk zijn
Het fijnste voedsel ziet er niet uit
En wordt op straat gemaakt door doven: onder
Gesis horen we de prut stoven, stookoven

En als je eet: eet dan alleen
Bedenk lichtzinnig gejuich of voor mijn part
Iemand aan de andere kant van de tafel
Die in een stoffige atlas zit te staren

(maar laten we ons daar geen voorstelling van maken)

(laten we gaan trommelen)

Bedenk je muziek onder je eten
En ook als je klaar met alles bent – bedenk
Je, er is muziek tussen de maaltijden door
En ook in je slaap, en in je koortsachtig wakker zijn

Maar in de tekst dan – vraagt de vrouw
Met de witte sjaal die je de hete snack overhandigt
Zit er muziek in de tekst – en je fluit je
Antwoord haar toe maar daar kan ze dan weer niks van kopen