Met dit gedicht won ik woensdag de tweejaarlijkse poëzieprijs van de stad Oostende. Ik zag dat het al ergens online stond, dus dan mag het hier ook wel.
Hannah in het zand
Droog had ze haar handen tegen elkaar aan gewreven
En gekeken alsof er voor haar ogen
Werkelijk een wereld instortte – of in ieder geval de boom
Waarin ik zat.
Het was mijn bedoeling niet haar te imponeren
Met mijn klimcapaciteiten. Ik had sowieso niet echt veel bedoelingen.
Maar Hannah was groot die dag,
Ik moest haar ergens overstijgen.
Op de heide luisterden we met de hele groep
Een beetje naar een ruisende radio en hoewel we
Geen van allen een leeftijd hadden waarop je op een verleden
Terug mag kijken was er ver weg een gedachte
Dat het wel mooi was zo en wanneer
Ik Hannah eerder zo in haar handen heb zien wrijven.
Een takje wierp ik haar toe.
Misschien dat zoiets haar tot uitleg maande.
Merci beaucoup, zei ze lacherig
En ze trapte mijn gift kapot.
Later hielp de meester mij
Het hars van de handen te wassen.



”